Hoogstammige bomen.
Hoogstammige bomen (bomenrij, houtkant, bosje, uitgroeiende haag) moeten minimaal 2 meter van de scheiding staan.
In landbouwgebied moet de afstand tot de perceelsgrens minimaal 6 meter zijn.
Bebossing van landbouwgrond.
Bebossing van landbouwgrond kan enkel met een vergunning van het schepencollege. Ook voor bebossing moet de afstand van 6 meter tot de naburige landbouwgronden in acht genomen worden.
Hagen en gemeenschappelijke afsluitingen.
Volgens het veldwetboek mogen hagen aangeplant worden tot op 0.5m van de perceelsgrens, tenzij er andere gebruiken in de streek bestaan.
Er mag op de perseelsgrens gebouwd worden als de buur hiermee akkoord gaat.
Dit wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst.
Wil men deze afspraak ook laten gelden voor nieuwe eigenaars, dan laat men de overeenkomst beschrijven in een notariële akte.
Voor gemeenschappelijke afsluitingen moeten de kosten gedeeld worden. Dit betekent dat ieder zijn kant moet snoeien en de helft betalen van eventuele herstellingskosten.
Met de vraag of er afwijkende plaatselijke gebruiken in uw gemeente van toepassing zijn kunt u terecht bij de milieuambtenaar.
Overhangende takken.
Het gebeurt dat takken van bomen die op een correcte afstand geplant werden toch over de eigendom van de buur hangen.
Deze buur mag vragen deze takken bij te snoeien of af te zagen. Desnoods kan je buur ook een beroep doen op de rechtbank.
De vruchten die van de overhangende takken vallen worden eigendom van jouw buur. De exemplaren die nog niet afvielen zijn nog steeds uw eigendom.
Doorschietende wortels.
Wortels die op een erf van iemand anders doorschieten mogen wel door deze eigenaar weggehakt worden.