NL
FR

VLAREM - wetgeving garages en schrijnwerkerijen

STANDAARDBEDRIJVEN EN INTEGRALE VOORWAARDEN

Gewijzigde Vlarem-wetgeving voor garages en schrijnwerkerijen

Op 1 februari 2007 is de gewijzigde Vlarem-wetgeving voor standaardbedrijven (garages en schrijnwerkerijen) in werking getreden.
Hiermee worden vele (bestaande) klasse 2-garages en schrijnwerkerijen een klasse 3-inrichting.
De bestaande en vergunde inrichtingen hoeven geen specifiek initiatief te nemen om deze omschakeling te realiseren. De lopende milieuvergunning blijft onverminderd geldig en de vroegere milieuvergunningsaanvraag kan beschouwd worden als een melding. Ze zijn ook automatisch onderworpen aan de “nieuwe” integrale voorwaarden voor hun type standaardbedrijf.
De garages en schrijnwerkerijen moeten wel nagaan of ze voldoen aan de definitie van “standaard bedrijf”. Deze is wat de hoofdactiviteit betreft, in principe ongeveer gelijk aan de vroegere klasse 2 definitie voor garages/schrijnwerkerijen en wat nevenactiviteiten betreft (bv. opslag van gevaarlijke stoffen, compressoren, afvalwaterlozing, …) ongeveer hetzelfde als de bestaande definitie voor een klasse 3 inrichting met desbetreffende activiteit/inrichting.

Een bedrijf dat inderdaad voldoet moet een situeringsplan op schaal 1/1000 opmaken. Op dit plan moet de ligging van alle onderdelen van de standaardinrichting aangegeven worden. Dit plan moet op het bedrijf aanwezig zijn (ter beschikking van toezichthoudende ambtenaar) en een kopie moet binnen 6 maanden opgestuurd worden naar de gemeente (CBS),of naar de deputatie wanneer op het bedrijf naast de “standaardactiviteit” ook nog andere activiteiten (klasse 1 of 2) plaatsvinden (milieu-technische eenheid).

De nieuwe integrale voorwaarden zijn in feite een bundeling van alle bestaande Vlarem-II voorwaarden voor hoofdactiviteit en (potentiële) nevenactiviteiten die toegelaten zijn in het standaardbedrijf. Inhoudelijk zijn er dus geen verschillen met de vroegere (afzonderlijke) voorwaarden. De garages en schrijnwerkerijen die klasse 3 geworden zijn, kunnen niet geweigerd worden (geen beoordelingsbevoegdheid door de overheid) maar kunnen wel onuitvoerbaar zijn op basis van het artikel 4.1.1.1 van VLAREM II, wanneer de inplantingsplaats niet verenigbaar is met de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan of ruimtelijk uitvoeringsplan. De meldingsplicht klasse 3 is vooral bedoeld om het bestuur toe te laten toezicht uit te oefenen op de naleving van de algemene of sectorale exploitatievoorwaarden die op deze inrichtingen van toepassing zijn.
Ten slotte dient nog opgemerkt te worden dat de bovenindelingsdrempels klasse 3 en de benedendrempels klasse 2 in de 'gewone' indelingslijst Vlarem I ook opgetrokken werden zodat ook niet-standaardinrichtingen een klasseverlaging kunnen ondergaan.